18 februari 2013

Chileens indianenweekend op zijn Belgisch

En eindelijk is hier de volgende episode van onze avonturen, we wilden jullie graag wat in spanning houden... Wie na deze woorden sensatie verwachtte, moeten we helaas teleurstellen: we zijn nog in leven en welzijn, hebben geen  onwaarschijnlijke avonturen meegemaakt, maar beseffen plots alledrie dat er een stagewerk is dat dringend verder moet geschreven worden... Laten we het daar echter vooral niet over hebben, maar een eloquent epos over ons voorbije spetterend weekend schrijven!!
Na de dagen voordien flink gewerkt te hebben, hadden we een verlengd weekend wel verdiend, vonden we. En dus namen we op een mooie donderdagavond de nachtbus naar Pucón. Naar goede gewoonte haastten we ons -net iets te laat- hijgend en zwetend naar het busstation om daar een uur op de bus te staan wachten. Maar hij kwam, en hoe: warm en heerlijk om in te slapen... 
Onze volgende herinnering is het bruuske ontwaken in het station van Pucón, nog voor 7 uur in de morgen, frisjes, maar met een veelbelovend zicht op de vulkaan Villarica. 


Ronald, de eigenaar van het hostel waar we zouden logeren, had ons beloofd ons te komen oppikken aan het station. Bellen op zo'n vroeg uur, dat is niet echt op zijn Chileens, en te horen aan zijn stem aan de telefoon belden we hem inderdaad wakker (dat komt er van als je zo'n beloftes maakt). We hadden stiekem een oudere man met baard en buikje verwacht, groot was onze verrassing toen onze gastheer een knul van onze leeftijd bleek! Ook het hostal zelf was een openbaring (met stapelbedden, hoera!), de ideale uitvalsbasis voor de volgende vier dagen.


En de eerste dag leidde naar... Temuco! De grootste stad in de buurt die het centrum vormt van de Araucanía-regio waar de Mapuche-indianen woonden (en wonen). Wigwams, vredespijpen en veren hadden we niet verwacht (uiteraard niet, dat zijn de indianen van Noord-Amerika), maar dat er geen spoortje indiaan te zien zou zijn in het straatbeeld toch ook niet. Al is het eigenlijk wel logisch; gebouwen die de tijd doorstaan hadden de mapuche niet en huidige mapuchemensen kleden zich als ieder ander, dus veel valt er niet te zien. Desondanks waren we een beetje teleurgesteld. Gelukkig was daar de plaatselijk overdekte markt, waar naast lappen vlees omringd door vliegen, ook veel authentieke mapucheproducten werden aangeboden zoals houtwerk, leer, prullaria... 
Bij het zien van dit schilderij krijgt Hanne toch
een beetje heimwee... naar haar cello.

Plaza de Armas (Temuco)
Overdekte feria
















mmm, paila de pescado





En dan de minirestaurantjes waar lokkende serveersters ons probeerden binnen te rijven (wat hen uiteindelijk ook gelukt is - één tip daarbij: paila de pescado is niet hetzelfde als paella en al evenmin een aanrader, vraag maar aan Lien en Isabelle), heel gezellig allemaal!











Daarna trokken we richting Mapuchemusem, nagelnieuw en heel mooi. Wat leerden we: de mapuches zijn het belangrijkste indianenvolk in Chilie en wat hen zo bijzonder maakt is dat ze als enige indianenstam stand hebben kunnen houden tegen de Spaanse bezetters en daardoor nu nog bestaan. Ze sloten pacten en zetten handeltjes op waardoor sommige stammen rijk zijn geworden. Desondanks zijn er vaak conflicten geweest, enkele bloedige strijden gevoerd (waarin vooral indianenbloed vloeide) en her en der zijn er nog geschillen zijn tussen chilenen en mapuche (vooral over verdeling van land) waardoor het volk bij vele chilenen een slechte naam heeft. Vreemd genoeg, want een groot deel van de Chileense bevolking heeft mapuchebloed. Een mooi gedicht van Lionel Lienlaf dat we vonden in het museum en treffend beschrijft hoe het met Temuco en de mapuches gesteld is:

El río Cautín                     (De rivier Cautín
en el medio                       stroomt wenend
bajo llorando                     in zijn binnenste,
por Temuco                       voor Temuco
llora.                                 weent hij

El Cerro Ñielol                   De heuvel Ñielol
sentando mira                   zit te kijken 
grandes casas                   naar de grote huizen
Casas que no son              huizen die niet
de mapuches                     van mapuche zijn
piensa.                             denkt hij

Temuco-ciudad                 Temuco
debajo de ti                      onder jou
están durmiendo               slapen al
mis antepasados.              mijn voorvaderen

Soñando en su sueño         In hun slaap
están ellos                        dromen ze
y corre en el río                 in de rivier
su sangre                          stroomt hun bloed)

Enkele sfeerbeelden van het museum:









 











We gingen nog op zoek naar een mapuchemarkt die in onze reisgids beschreven stond maar nergens te vinden was. Gelukkig was er wel nog de kleurige en geurige groenten- en fruitferia waar we naast de vrolijke fruitboeren vooral veel fruit voor een prikje vonden. 


















Terug in Pucón gingen we nog snel stoere trekkledij passen om 's anderendaags de vulkaan Villarica beklimmen en daarna snel bed binnen want vulkanen klimmen doen ze hier op een heel onchileens uur!

De volgende dag slaapdronken in het busje naar Villarica samen met een Duits koppel op wereld/trouwreis. Aangekomen aan de voet van de vulkaan wachtte ons een adembenemend uitzicht: een vulkaan waarvan de bovenste helft volledig in wolken was gehuld - niet meteen het uitzicht waarvan we hadden gedroomd. De gidsen waren wel klaar en helder: in dit weer konden we de vulkaan niet beklimmen, hoogstens tot aan de wolken, maar zeker niet tot de top. Chucha(=uitgelezen Chileense vloek)!! 




Een gemiste kans want de Villarica is een levende vulkaan die geregeld eens uitbarst en en met een beetje geluk kun je vanop de top beneden de lava kunt zien borrelen... Nood aan een waardig alternatief dus en dat werd voor Lien Hidrospeed (een rivier afdrijven, met behulp van een soort bootje dat dient als schild tegen de rotsen, naar haar zeggen de max) en voor Isabelle en mij een stadswandeling. De rondleiding begon in mineur, want de deelnemers waren allen gestrande vulkaanbeklimmers die wat mokten om het niet kunnen klimmen, maar gelukkig was het best interessant. Pucón is een charmant dorpje, niet echt oud maar wel mooi (en het is de eerste keer dat we dat kunnen zeggen van een chileense stad). We bezochten een kerkhof met opvallend veel joodse graven, zagen het steenspoor van gedroogde lava van de laatste vulkaanuitbarsting, hoorden hoe het komt dat zo'n klein dorpje drie brandweerdiensten heeft (50 jaar geleden was er nog geen brandweer maar wel een grote stadsbrand én allemaal houten huisjes), bezochten het atelier van een man die nepbloemen maakt uit hout (heel spectaculair!), wandelden langs de baai die zo mooi is dat er zich veel romantische taferelen afspelen... 






Dit keer waren het geen waarschuwings-
borden voor tsunami's maar voor vulkaan-
uitbarstingen.
Kies zelf maar of het nu geel of groen is en of het de
middelste lamp is die brandt of de eerste?


De zelf 1/4-mapuche-gidse vertelde nog wat mapucheverhalen, zoals over de araucaníaboom die maar 1 cm per jaar groeit (en toch meters hoog reikt, reken maar uit) en niet alleen hun voornaamste voedingsbron maar ook van symbolische waarde was. Volgens de gids leven veel mensen nog volgens mapuchegewoontes maar vallen die niet zo op in het straatbeeld; de taal Mapudungun zou helaas wel aan het uitsterven zijn. Een boeiende voormiddag! 












In de namiddag trokken we gedrieën naar een nabijgeleden bos om te gaan canopyen - of beter aan touwen (dead-ridegewijs) van de ene boom naar de andere te zwieren. Het betere tarzan-gevoel! 





Terug thuis flaneerden we nog wat op een plaatselijke marktje waar alweer veel mooie spulletjes te vinden waren en bovendien echte Mapuche-totempalen stonden opgesteld. Er werd blijkbaar effectief rond die totems gedanst, maar ze hadden vooral een betekenis rond begrafenissen, de 7 inkepingen die erin gemaakt zijn zouden de 7 trappen symboliseren voor je de mapuchehemel bereik. 

Tegen het vallen van de avond sprongen we weer een bus op die ons naar Los Pozones bracht, één van de vele termen in de buurt. Onwaarschijnlijk was dat, in miezerig weer in het stikdonker buiten in een meertje zitten met een temperatuur van 40°. Genieten (en onze rode benen weer voelen gloeien)!


Dag drie bracht druilerig en mistig weer, maar dat kon ons enthousiasme niet drukken. We namen de bus naar Huerquehue (Werkewe) een nabijgelegen schitterend natuurpark. Op de bus waren Duitsers, Fransen en Denen vertegenwoordigd en voor het eerst voelden wij ons iets minder toerist dan anders (want wij kunnen spaans en al die anderen niet, ha!). Het lichte gebrek aan enthousiasme bij het begin van onze trektocht in het park (want koud en nat) vervaagde al snel bij het schouwspel dat het bos ons bood. Een echt sprookjesbos leek het wel - doordat er geen omgevallen bomen geruimd worden ziet het er veel mysterieuzer uit dan de bossen bij ons, achter iedere boom verwacht je wel een vreemd creatuur. En de bomen zelf doen ook mee: met een beetje fantasie zie je er allerlei raarvormige dieren in, philemon en baukis (en meer tolerante relaties waarbij 20 bomen innig verstrengeld om elkaar heen staan)... 










Toen we dieper in het bos kwamen, verschenen er veel van die araucaníabomen die we gisteren leerden kennen. Blijkbaar 'oerbomen', als soort ouder dan alle loofbomen! Heel het bos, dat al eeuwen en eeuwen bestaat zonder enig menselijk ingrijpen, heeft een speciale sfeer. Een oerbos, zo vertelde ons een trio Antwerpenaren die we onderweg tegenkwamen. Botanisten waren ze en ze gaven ons graag wat uitleg over hoe uitzonderlijk het bos waarin we liepen wel was. 









En ondertussen verbluffende zichten op de meren in het park... indrukwekkend! 





1 van de watervallen die er te bewonderen
viel




Jammer dat het weer steeds slechter werd, het hard begon te rekenen en de wolken zo dicht werden dat je vanaf de 'miradores' de meren niet meer kon zien liggen. Het uitzicht was mooi, maar had met die meren en mist best voor Schotland kunnen doorgaan. De beste mop was toch dat volgens de boswachter ondanks de stortregen het risico op bosbranden toch heel groot bleef- de grote schuldige daarvoor zou de bamboe zijn die dit jaar plots weelderig aanwezig is in de Chileense bossen en heel brandbaar. Waren wij blij door ons natzijn een bijdrage te konden leveren aan de strijd tegen de bamboe! We bleven dapper volhouden tot we onze boterhammen met choco in de gietende regen moesten opeten - de ommeslag! Want niet alleen waren we doorweekt, we voelden de temperatuur ook zakken. Desalniettemin was het ploeteren door de modder best leuk en een mooie aanvulling op de wellnes van de dag voordien. 
Het noodgedwongen verste punt van de dag:
Lago del toro
boterhammen met choco al schuilend
voor de regen



vóór

Na een uiterst natte en dampende busrit (iedereen had op hetzelfde moment het idee de bus terug te nemen, dat was dus sfeer) en een lekker warme douche voelde we ons al wat meer mens. We waagden het erop te voet naar het stadje terug te trekken om er de avond te spenderen en beleefden een gezellige en droge avond.


Een wanhopig telefoontje naar de vulkaanmaatschappij 's anderendaags bracht niet het gewenste nieuws: de volgende dagen geen vulkaanbeklimming. We zouden de vulkaan dus aan ons voorbij moeten laten gaan, maar vonden een mooi alternatief in een fietstocht in de buurt. 

 


Met gehuurde moutainbikes vertrokken we (heel dapper, want het regende al) voor een tocht naar het nabijgeleden KiuKiu-marktje, een soort festival om de Mapuchecultuur te ontdekken. Jammer dat door de regen de traditionele dansen niet doorgingen (niet meer nodig waarschijnlijk, vaak zijn die traditionele dansen regendansen), maar gelukkig was er wel een heel vriendelijke man die ons in geuren en kleuren over mapuchegebruiken en -kunst vertelde. 

Ruka, indiaans huisje


Pastel del choclo
Ons indiaans middagmaal werd ter plaatse bereid.





























 We reden verder over berg en dal in een heel mooi landschap (bergen, rivieren) én in een heel mooie outfit (modder van boven tot onder) en bereikten uiteindelijk de 'Ojos de Caburgua' een spectaculair stel watervallen, waarbij van minstens vier kanten water naar beneden komt gestort in een meer om vandaar via een andere waterval af te vloeien. Waar we daar Ojos (ogen) in moesten zien was ons niet duidelijk, maar mooi was het zeker wel. 
Ojos de caburgua (onmogelijk een foto te nemen
van het geheel)

De rit terug naar huis was er één om in te kaderen: koud, gietende regen en knal wind tegen. Een feest! Gelukkig mochten we nog douchen in ons hostal (hoewel we in principe al uitgecheckt waren, leve ronald!), kregen we zelfs koffie en wat eten zodat we warm en droog de bus op konden. 


Het was een fijn weekend geweest. Misschien was het met mooi weer nog fijner geweest, maar deze regen en ontij was wel origineler (de eerste keer dit seizoen dat ze de vulkaan niet konden beklimmen, als dat niet origineel is) en wekte bovendien nostalgie naar het weer in Belgie. En als apotheose van het weekend arriveerden we om 6u in Curicó om tegen 8u in het ziekenhuis te beginnen. Driewerf hoera! 

PS. We hadden graag nog een foto genomen van de vulkaan, maar we vonden hem niet meer tussen de wolken. Wat het had moeten zijn:  


Groeten,
Samenwerkend vennootschap: Hanne (tekst), Lien (foto's)

5 februari 2013

La vida cotidiana: la pediatría


Dit weekendje zat er geen reisje in. Of toch, een heel bescheiden tripje richting ziekenhuis, want noeste en werkminnende vlamingen als we zijn, hebben we dit weekend gewerkt in het ziekenhuis. Heel ijverig van ons (hoewel we niet erg ijverig moesten zijn, er waren bijna geen patiënten), maar vooral met als hoger doel volgende week twee dagen extra aan ons weekend Pucón te kunnen breien.
Het ideale moment dus om iets meer te vertellen over het eigenlijke doel van onze komst naar Chili: stage lopen. Zoals Hanne in een vorig blogbericht al schreef, werken zij en Isabelle op gynaecologie. Daar begint het ondertussen vlot te lopen en de eerste bevalling die ze zelf mogen doen, zit er nu toch wel aan te komen.  Ikzelf (Lien) vul mijn dagen met zieke en minder zieke kindjes. Ik heb twee weken meegevolgd op de neonatologie, waar ik 's morgens de kindjes mee mocht onderzoeken en helpen wassen. De dokters waren echter niet zo enthousiast om me veel bij te leren (of lag het aan het niveau van mijn Spaans?). Ze maakten zich er meestal vanaf met studieopdrachten en presentaties. De verpleging deed in het begin een beetje stug, maar tegen het einde kreeg ik af en toe hun vieruurtjes toegestopt en toen ik als afscheid trakteerde met enkele (minder geslaagde, om helemaal eerlijk te zijn zwarte) cakejes, aten ze die zonder verpinken op en nodigden mij uit om sandía (watermeloen) te komen eten. Die avond heb ik bijna een indigestie opgelopen aan watermeloen. We waren met 6 en de hele watermeloen moest op...




Daarna ga ik meestal naar de polikliniek. Daar hebben de verschillende pediaters hun raadplegingen voor ze naar hun priveziekenhuizen vertrekken. De eerste 2 weken moest ik meevolgen met Dr. Pavéz. Stel je een 50-jarige man voor met een vieze baard waar al zijn Chileense? woorden in blijven plakken. De verpleging heeft me direct gerustgesteld. Het lag niet aan mij dat ik hem niet verstond; de patiënten en zijzelf verstaan hem ook niet. Wel niet zo handig als je een kindje moet onderzoeken en je niet weet waar de consultatie over gaat. Gelukkig kan je nog vlug spieken in zijn aantekeningen. Ah nee, doktersgeschrift... 

's Middags breng ik mijn tijd door op de zogenoemde spoed. Niet altijd even interessant , aangezien het zomervakantie is en alle kindjes dus naar de zee zijn. Meer dan tijd genoeg dus om praatjes te slaan, koffie te drinken, te klagen dat de airco niet werkt (terwijl het buiten 35° is) en spelletjes te spelen op de gsm. Die spelletjes leveren wel toffe situaties op als ze een quiz spelen waarbij ze 'I wash my hands' moeten vertalen in het Spaans en ze me vol bewondering aankijken als ik hen met die moeilijke vraag kan helpen.


Na de inspanning is er natuurlijk ook tijd voor ontspanning. De woensdagavond is sushi-avond. Samen met Cristian, een Chileen die de helft van België lijkt te kennen en ongeveer heel Curicó kent, en ons de eerste week met veel praktische tips heeft bijgestaan, gaan we naar een plaatselijk restaurantje waar we een Chileens biertje drinken, met Japanse stokjes leren eten (jaja daarvoor moet je naar Chili komen) en enkele van zijn vele Chileense vrienden leren kennen. Hier hebben we onder andere ook geleerd dat er toch terrasjes bestaan in Curicó, maar dat we daarvoor naar de andere kant van de stad moeten. Dringend tijd voor fietsen dus. Wat ook van pas zou komen om onze conditie en slanke lijn te bewaren - een must nadat de vrouwelijke helft van het ziekenhuispersoneel ons al bewonderend heeft gevraagd hoe wij belgen dat toch doen zo knap en slank te blijven...



Om ons toch een beetje een weekendsfeer te bezorgen, werden we vorige zaterdag uitgenodigd door Dr. Muñoz, een plastische chirurg in ons hospitaal die een jaar in Leuven heeft gestudeerd en enkele maanden in het Heilig Hart Ziekenhuis van Roeselare gewerkt heeft (en er misschien terug naar België komt voor enkele weken als wij ook net terug thuis zijn) en sindsdien erg van Belgische studenten houdt.
We konden dit enkel toejuichen, want we werden met open armen ontvangen. We kregen eerst een uitgebreide rondleiding in zijn prachtige villa/ landgoed met reuzegrote cactussen, eucalyptusplanten, tennisplein, klein voetbalveld... en mochten daarna een duik nemen in zijn - uiteraard verwarmd - zwembad. (We moesten er wel eerst de vogelspinnen uitvissen, maar dat kon de pret niet bederven.) Ondertussen kwamen er nog enkele vrienden van de dokter toe en samen genoten we van een erg lekkere barbeque en de bijhorende Chileense wijnen, Piscon, theetjes...

















Een van de vele heerlijke schotels, met het in de Chileense eetcultuur onmisbare zoutvatje ernaast.

En ondertussen wordt er door onze gastvrouw zeer goed voor ons gezorgd. Met als hoogtepunt deze week, deze 'Pastel de choclo'!




En tot slot: het is hier in het ziekenhuis bij sommigen de gewoonte in de consultatiekamer of in de onderzoekskamer op spoed de radio volle bak te zetten. Handig, want zo zijn we intussen helemaal mee de hippe muziek hier (en de lokale reclames, die kunnen we bijna woordelijk meezeggen). Nogal teleurstellend wel dat bijna alle muziek hier dezelfde is als bij ons, gelukkig dat we regelmatig ook van een spaanse canción kunnen genieten. Deze bijvoorbeeld, hier in Chili alleszins een zomerhit - we krijgen het deuntje helaas al dagenlang niet meer uit ons hoofd. Dat willen we jullie niet onthouden!